De bamboemannetjes (deel I)
Het is weer veel te lang stil geweest op de site, maar dat wil niet zeggen dat we stil hebben gezeten!..... Eerst nog een verhaaltje dat al een hele tijd staat te trappelen om op de site te komen...
'Hallo, ik bel voor Manolis. Wij zoeken bamboematten. En ik heb begrepen dat hij een bamboefabriek hier heeft. Kunnen we langskomen?', vraag ik de vrouw aan de andere kant van de lijn als we een keer in Heraklion zijn. 'Ja hoor, waar zijn jullie nu?' 'Ergens in Heraklion.', antwoord ik alleen maar, want we hebben werkelijk geen idee waar in Heraklion. 'Waar staat de fabriek?', vraag ik vervolgens. Overtuigd dat we het met een adres altijd vinden. 'O, dat is veel te moeilijk om uit te leggen. Weten jullie de Lidle aan het begin van de stad?' Ja, dat weten we wel. 'Rijd daar naar toe en wacht op het parkeerterrein. Dan worden jullie daar over 15 minuten opgehaald.' Tuut, tuut, tuut, einde gesprek. Ik kijk van de telefoon naar mijn eigen Manolis. 'Wat is dit nu weer?', reageer ik verbaasd. 'Wat doen we?', vraag ik vervolgens om te weten wat Manu ervan denkt. 'We gaan', antwoordt hij kordaat. 'Oké we gaan', herhaal ik instemmend. Op naar de Lidle voor bamboe!!!???
Als we nog geen vijf minuten op het parkeerterrein van de Lidle staan, komt er een klein groen autootje het terrein oprijden. In het karretje zitten twee dikke oude mannetjes die zonder aarzeling rechtstreeks naar ons toe rijden. 'Bamboe?', vragen we als een soort code wanneer ze hun raampjes opendraaien. 'Ja, wij zijn van de bamboe. Waar komen jullie vandaan?', vraagt de bijrijder meteen. Als Manu zegt dat hij uit Frankrijk komt, is het mannetje in alle staten. 'Oh, parlez vous français?', roept hij verrukt. 'Spreekt u ook Frans? Bent u Fransman? ', reageert Manu ook vol enthousiasme. 'Nee,' antwoordt bijrijder Jim dan in vloeiend Frans, 'Ik ben een Griek maar ik heb Frans leren spreken toen ik in de gevangenis zat.' O ja, dat kan natuurlijk ook, daar hadden we nog niet aan gedacht, denken we dan maar. 'Als bestuurder Manolis aangeeft dat hij alleen maar Grieks spreekt, oppert hij meteen om te gaan. En zo rijden we vervolgens door Heraklion achter het autootje aan. Als we na tien minuten bij een industrieterrein aankomen, roept Manu overtuigd. 'Hier moet het zijn. Ik dacht al dat het hier was. Ik heb hier volgens mij ergens een loods met allemaal bamboe buiten zien staan.' Maar zonder dat we ook maar één loods en één bamboestokje hebben gezien, rijden we het industrieterrein af, Heraklion uit, en zigzaggen vervolgens minutenlang over plattelandsweggetjes.... 'Hoe konden zij nou binnen 15 minuten bij de Lidle zijn? We zijn al vijfentwintig minuten aan het rijden', merkt Manu opeens een beetje argwanend op. 'Hier staan ook helemaal geen fabrieken, er is alleen maar boerenland. We zitten in de middle of nowhere.', vul ik hem nog aan. En dan opeens stopt het autootje midden op de weg met de waarschuwingslichten aan. We stoppen ook maar netjes en doen hetzelfde. 'Dat gaat niet goed daarbinnen', merkt Manu op als hij in het autootje voor ons probeert te gluren. 'Volgens mij gaat onze bijrijder Jim over zijn nek.' Maar net als we uit willen stappen om te kijken wat er met de mannetjes aan de hand is, gaat het karretje alweer zachtjes voorruit en vervolgt zijn weg. 'Het is dat het van die oude kereltjes zijn en dat we weten dat Manolis uit Orinó komt, anders zou ik nog denken dat we ‘geript' worden.', merk ik nonchalant op. Nog geen twee seconden later slaat het autootje opeens rechtsaf in een gat tussen de vangrail. We hotsen een botsen vervolgens over een weggetje waar de wegen van Kalifiti zo glad als een biljartbal bij zijn. Als we voor een grote poort stoppen, vraag ik mezelf twijfelend af of het niet beter was om de bamboe gewoon in een winkel te kopen. Je loopt naar binnen, pakt wat je wilt hebben, betaalt aan de kassa en klaarrrrr!!! Nu is het maar afwachten hoe we hier weer weggaan. Jim stapt het autootje uit om de poort open te doen. Ik zie het schuim langs zijn mond lopen. Ja, die is waarschijnlijk over zijn nek gegaan, denk ik als ik mijn hoofd snel wegdraai, bang dat anders mij hetzelfde zou overkomen. Als we de poort doorrijden en even later uitstappen, staat Jim echter alweer even vrolijk Frans te brabbelen terwijl we een hele grote loods worden ingeleid...
Reacties
Reacties
Ielllll... gatverdamme zeg, maar wat een cliffhanger!
En ik heb jullie foto's bekeken! Wauw, wat is jullie huis mooi zeg. En wat komen de meubels goed uit in jullie (nieuwe) huis. Echt jullie stijl, met eigenzinnigheid, warmte, gevoel en karakter!
Mijn huisje schiet trouwens ook op. Mijn nichtje is per gisteren bij me ingetrokken. Helemaal gezellig. Kom maar 's een x aan (als je in de buurt bent:( )
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}